RES en TVW

 

Het Klimaatakkoord dat in juni 2019 door het Kabinet werd gepresenteerd is de praktische uitwerking voor Nederland van de Klimaatwet die zowel door de Tweede als de Eerste Kamer werd aangenomen op respectievelijk 27 juni 2018 en 28 mei 2019. De verplichting om een klimaatwet op te stellen en deze uit te werken in uitvoeringsmaatregelen vloeide voort uit het Akkoord van Parijs van 2015. Alle ondertekenaars van toen namen immers de verplichting op zich om nationale plannen te maken en deze in te leveren bij het klimaatsecretariaat van de Verenigde Naties. Dit Klimaatakkoord is het plan voor Nederland.

Inhoud Klimaatakkoord

Er staan meer dan 600 afspraken in met 5 sectoren over maatregelen die deze sectoren de komende 10 jaar en in de jaren daarna gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Die maatregelen zijn niet op een achternamiddag bedacht, er is uitvoering overleg aan voorafgegaan aan de ‘sectortafels’. Deze sectoren zijn Gebouwde Omgeving, Landbouw en Landgebruik, Elektriciteit, Industrie en Mobiliteit. Aan de ‘tafels’ zaten allerlei maatschappelijke organisaties, bedrijven en milieugroepen. Het daar gesloten akkoord over de manier waarop Nederland de CO2 uitstoot zou verminderen, was juni 2019 rond en werd in de maanden daarna ondertekend door meer dan 70 organisaties. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de FNV, de ANWB, de Gasunie, de NS, Eneco, Stedin en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Verschillende ministeries zijn inmiddels verantwoordelijk voor de uitvoering van die afspraken. Als je op de sectorterm klikt krijg je een overzicht van de gemaakte afspraken in die sector.

Ik beperk mij verder tot de Gebouwde Omgeving omdat daar alle burgers direct bij betrokken zijn en voorlichting op dat punt de bedoeling is van deze website.

Afspraken Gebouwde Omgeving

De afspraken voor de Gebouwde Omgeving zijn over 8 onderwerpen verdeeld. Het zijn:

  • Wijkgerichte aanpak
  • Ondersteuning eigenaar-bewoners
  • Huursector
  • Woningen
  • Utiliteitsbouw
  • Financiering en Fiscaal
  • Kostenreductie Bouw en
  • Duurzame warmte en Marktordening

De belangrijkste afspraken voor de gebouwde omgeving zijn:

  • In 2050 dienen 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas te zijn afgesloten. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Driekwart van alle woningen die tussen 1 juli 2018 tot eind 2021 gebouwd worden, moeten aardgasvrij zijn.
  • De verduurzaming van gebouwen gaat wijk voor wijk, in een steeds hoger tempo. Gemeenten dienen daartoe plannen te maken. Bewoners worden bij de plannen voor hun wijk betrokken.
  • De energiebelasting op gas zal de komende jaren stijgen en die voor stroom dalen. Het is de bedoeling dat de kosten voor verduurzaming betaald kunnen worden met de opbrengst van een lagere energierekening.
  • Het aanbod van de isolatiemogelijkheden moet worden uitgebreid en voordeliger worden.
  • Er komt een gebouw gebonden financiering waarbij een lening voor verduurzaming is gekoppeld aan de woning en niet aan de bewoner zelf.

Er is ook een Algemene Afspraak. Deze is dat burgers zo veel als mogelijk is, worden ‘ontzorgd’. Dat wil zeggen dat op allerlei manieren duidelijk zal worden gemaakt dat zij het juiste overzicht krijgen in hoe je kunt verduurzamen, wat het kost en wat het aan rendement oplevert. Ten slotte is ook afgesproken dat alle afspraken die zijn gemaakt zullen worden uitgewerkt in Regionale Energie Strategieën die met elkaar de oppervlakte van heel Nederland dekken. In al die RESsen zullen veel afspraken in de sector Gebouwde Omgeving en Elektriciteit samen praktisch worden uitgewerkt. De regio’s worden ondersteund door het Nationaal Programma RES. Dit ontwikkelt en deelt kennis, biedt procesondersteuning en agendeert knelpunten. Zie HTTPS://REGIONALE-ENERGIESTRATEGIE.NL/DEFAULT.ASPX.

De afspraken die gemaakt zijn in het Klimaatakkoord zijn in beknopte vorm te lezen op een site van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: https://www.klimaatakkoord.nl/klimaatakkoord.

De Regionale Energie Strategie (RES)

Het is duidelijk dat de regio’s en de gemeenten voor een grote opgave staan. Kort gezegd is deze samen te vatten in de slagzin ‘van het gas af’ ofwel ‘energietransitie’. Op de lange duur moeten alle vormen van verwarming en verhitting die nog gebruik maken van fossiele brandstoffen, zijn verduurzaamd. Aan de plaatsing van zonnepanelen en windturbines, huizen isoleren en warmtepompen plaatsen wordt vooralsnog in de eerste plaats gedacht. Misschien dat deze transitiemiddelen in de toekomst aangevuld kunnen worden met ander (technisch) gerei, bijvoorbeeld een of meer kerncentrales of een waterstofsysteem.

Nadrukkelijk is ook vastgelegd dat elke gemeente daartoe niet alleen dient te communiceren met de inwoners, maar ook met het bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties. Gelukkig hoeven gemeenten niet in hun eentje uit te zoeken wat zij allemaal moeten doen en hoe ze dat zullen doen. Ze hoeven niet elk afzonderlijk het wiel uit te vinden. Zij kunnen terugvallen op een zogeheten Regionale Energie Strategie (RES). Een RES is een

“regionaal samenwerkingsverband voor de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met een aantal functies waaronder het regionaal vertalen van de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord voor de sectoren Elektriciteit en Gebouwde Omgeving via regionale warmteplannen, energie- infrastructuurplannen en de opgave voor hernieuwbare energie opwekking”.

Een hele zin, maar hij valt na te lezen op http://Over Regionale Energiestrategie (RES) | VNG. De RES is dus een boekwerk waarin de energietransitieplannen voor de gebouwde omgevingen van een regio staan. In een RES worden gebieden (“zoekgebieden”) voorgesteld waar duurzame energie ten behoeve van woningen, buurten en wijken door middel van bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen kan worden opgewekt.

Om RESsen samen te stellen is Nederland in regio’s verdeeld. Natuurlijk mag elke regio eigen plannen  maken afhankelijk van de beschikbare mogelijkheden als ruimte, aanwezige industrie en ligging. Die plannen moeten er met elkaar in ieder geval op gericht zijn dat in 2030 75% van de gebouwde omgeving in Nederland (woningen, scholen, fabriekshallen enzovoort ) op duurzame elektriciteit draait. Dat betekent dat dan op het land 35 Terawattuur (35.000.000.000.000 Wattuur of wel 35.000.000.000 dat is vijfendertig miljard Kilowattuur) aan duurzame elektriciteit dient te worden opgewekt. In de RES komt te staan welke de beste maatregelen zijn om een bepaald gebied van duurzame energie te voorzien, hoe en waar dat wordt opgewekt, waar opgewekte energie tijdelijk kan worden opgeslagen en hoe die duurzame energie bij de huizen, scholen, bedrijven, ziekenhuizen en andere voorzieningen terechtkomt.

Gemeenten verdeeld over 30 regio’s

Nogmaals: van het aardgas overstappen naar duurzame energie vergt veel van alle daarbij betrokkenen: leveranciers, verantwoordelijken voor het vervoer en vooral ook van vastgoedbezitters, met name de woningeigenaren. Nederland is voor de samenstelling van die RESsen opgedeeld in 30 regio’s met elk meerdere gemeenten. Op 1 januari 2021 telde Nederland in totaal 352 gemeenten. Zie voor de regio-indeling de kaart op https://www.regionale-energiestrategie.nl/resregios/default.aspx. Zoals hierboven al gezegd, wordt dan binnen die regio’s onderzocht waar en hoe het best duurzame energie kan worden opgewekt en of en hoe er binnen een streek samengewerkt kan worden. Dus er worden plekken aangewezen waar zonnepanelen of windmolens kunnen worden geplaatst, waar industrie een warmtebron kan zijn, waar warmte in de bodem gevonden kan worden. Zijn die plekken maatschappelijk gezien acceptabel, verantwoord in verband met esthetische en natuurminnende waarden en financieel haalbaar? De uitkomsten van al dat onderzoek komen te staan in een RES. Daar komen er dus 30 van. Elke energieregio beschrijft daarin zijn eigen zogeheten ‘zoekgebieden’. Dat zijn, nogmaals gezegd, gebieden binnen de regio die in aanmerking kunnen komen voor de opwekking van wind- en zonne-energie. Het opleveren van al die RESsen is in verband met de coronapandemie verplaatst van 1 maart 2021 naar 1 juli 2021.

Ik vat samen: de RES is dus een document waarin, de praktische uitwerking staat voor een duurzame elektriciteitsopwekking en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Bij de samenstelling ervan, zo tussen 2019 en 2021 zijn onderzoeksbureaus, maatschappelijke organisaties, geïnteresseerde burgers en is ook de sector Elektriciteit betrokken.

Stappenplan voor de RES

Om de RES tot stand te doen komen, is er vooraf een ‘stappenplan’ gemaakt. Dit stappenplan leidde eerst tot een ‘Concept-RES’. Deze concept-RESsen zijn in april 2020 gepubliceerd. Ze konden besproken worden in gemeenteraden, Provinciale Statenbijeenkomsten en overleggen van de Algemene Besturen van de Waterschappen. Op basis van deze gesprekken konden de betrokken volksvertegenwoordigers wensen en bedenkingen uiten. Ook geïnteresseerde burgers konden dat. De bedoeling is dat al die 30 definitieve RESsen (RES 1.0) in de loop van 2021 klaar zijn. Dat gaat lukken, is wel duidelijk, ondanks de beperkingen die de coronapandemie oplegde. Elke gemeente is zodoende in staat om in datzelfde jaar eigen beleid uit te stippelen voor de jaren daarna.

In elke RES wordt in aparte hoofdstukken aandacht besteed aan deelregio’s. Veelal zijn dat afzonderlijke gemeenten.

Leidraad Lokaal Eigenaarschap.

Huizenbezitters hoeven niet in lijdzaamheid af te wachten wat een gemeente van plan is. Zij kunnen ook zelf initiatieven nemen: hun eigen woning isoleren, zonnepanelen op het dak van hun huis plaatsen. En als hun huis ongeschikt is voor zonnepanelen (een rieten dak bijvoorbeeld) een project opzetten om elders een duurzame warmtebron te creëren. Dat kunnen zij in hun eentje doen, als individuele woningbezitter, maar ook met anderen samen. Het is zelfs niet ondenkbaar dat een collectief van bewoners besluit om zonnepanelen samen met een sportvereniging op het dak van de kantine en oefenzalen te plaatsen en de baten daarvan onderling te verdelen.

Om zulk soort initiatieven aan te moedigen is een ‘Leidraad Lokaal Eigendom in de Praktijk’ verschenen, een informatierijke brochure met tal van voorbeelden uit het hele land. Hij bevat ideeën en praktische uitvoeringsadviezen voor door inwoners zelf op te zetten projecten waar warmte of duurzame energie wordt opgewekt. De initiatiefnemers van een dergelijk project zijn betrokken bij de opzet ervan, kunnen daarin financieel investeren, zijn geheel of gedeeltelijk eigenaar en profiteren van de baten. Deze baten kunnen directe financiële baten zijn, maar bijvoorbeeld ook investeringen die ten goede komen aan de gemeenschap, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, sport of natuur. De Leidraad bevat ook tips voor de gemeente over hoe met dergelijke initiatieven kan worden omgegaan en over de mogelijkheden om bewoners daartoe te stimuleren.

Deze Leidraad is hier te vinden https://www.mnh.nl/wp-content/uploads/sites/15/2021/02/Leidraad-lokaal-eigendom-%E2%80%93-Participatiecoalitie-NH-februari-2021.pdf.

Stand van zaken van de RESsen

Uit het bovenstaande blijkt wel dat het een complex proces was om een RES tot stand te brengen. Er waren naast burgers, ook veel organisaties bij betrokken. Hoe het met de voortgang staat is min of meer te volgen op http://Foto RES – Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl). De laatste stand van zaken (geconstateerd op 9 juni 2021, ‘foto’ staat er boven) is van februari 2021. Deze site wordt twee keer per jaar vernieuwd. Ook is daar te lezen hoe het met de participatie van de burgers staat en hoe het met de verdeling van (maatschappelijke) kosten en baten is gesteld.

Kwaliteitsbewaking van de RESsen

Maar nog is niet alles gezegd over het tot stand komen van de definitieve RESsen. Van elke RES wordt de kwaliteit bewaakt en beoordeeld. Naast een analyse van de individuele RES’sen vindt er ook een analyse plaats van de plannen naar de consequenties. Dit zijn onder meer de effecten op het landschap, op natuur- en landbouwgronden en de energiehoofdinfrastructuur. Hierbij staat ook de vraag centraal hoe regionaal en nationaal beleid op elkaar kunnen aansluiten.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft al wel een analyse gemaakt van de concept-RESsen. Deze zogeheten ‘Monitor Concept Res’ is op 1 februari 2021 gepubliceerd. Daarin worden de probeersels die er op dat moment al waren, getoetst. Op de site https://www.pbl.nl/publicaties/monitor-concept-res is deze volledige analyse te raadplegen.

Conclusies van de analyse van het PBL

Om de gedachten te bepalen enkele hoofdconclusies van het PBL:

Bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid

Er zijn tot nu toe nog geen grote knelpunten, maar die kunnen wel ontstaan als burgers bij de gemeentelijke planningen worden betrokken en zoekrichtingen worden vertaald in concrete keuzes.

Ruimtegebruik

Het ruimtegebruik heeft in alle regio’s aandacht, maar de ruimtelijke kwaliteit wordt pas in de uitwerking zichtbaar gemaakt: daar valt nog veel te winnen. Regio’s kunnen veel van elkaar leren.

Elektriciteit

Het bod is hoog, maar de ambitie is nog weinig concreet. De regio’s kiezen nu vooral voor zonne-energie. Dat kan nog een momentopname blijken te zijn.

Energiesysteem efficiëntie

In vrijwel alle regio’s zijn knelpunten in het huidige elektriciteitsnetwerk gesignaleerd. Regio’s en netbeheerders zoeken al naar passende oplossingen. Afspraken over prioritering en kosten moeten nog worden gemaakt.

Regionale Structuur Warmte

De eerste stappen zijn gezet, maar de uitwerking ervan wacht nog op de gemeentelijke warmteplannen. Hoe dit proces van weging van de bovenregionale effecten eruitziet wordt de komende periode samen met de regio’s verder uitgewerkt. Dat doet het PBL. Het PBL bekijkt of door de voorgestelde en te nemen maatregelen het beoogde doel wordt behaald, of er op een verantwoorde wijze met de landschappelijke ruimte wordt omgegaan, of er sprake is van voldoende afstemming van maatregelen tussen de regio’s en of de burgers voldoende betrokken zijn geweest bij het maken van plannen.

Realisering doel

Het PBL heeft berekend dat de optelsom van de regionale plannen leidt tot een bod van 52,5 TWh. De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven. Nadere verkenning levert een inschatting voor hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 op met een bandbreedte van 31,2 tot 45,7 TWh, en een middenwaarde van 38,2 TWh. Of het doel van 35 TWh wordt gehaald, is nog geen gegeven.

Eind 2021 zal het PBL een analyse publiceren van alle RESsen 1.0 die dan zijn ingediend.

Van RES naar TVW

De RES betreft een regio, de Transitie Visie Warmte (TVW) een gemeente. Hierin maken gemeenten duidelijk wanneer welke wijken of buurten van het aardgas worden afgekoppeld. Voor de delen van de gemeente die voor 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook de mogelijke warmte-alternatieven bekend, dat wil zeggen dat wordt vermeld waar de noodzakelijke energie/warmte dan vandaan komt. Van windturbines, van een op te zetten zonnepanelenpark, van (nabijgelegen) industrie, een te bouwen kerncentrale? Uiterlijk einde 2021 dient elke gemeente haar eerste eigen TVW te hebben vastgesteld. De vaststelling van de gemeentelijke TVW gebeurt tijdens een of meerdere bijeenkomst van de gemeenteraad. Zij dient om de vijf jaar geactualiseerd te worden.

Uit de verplichting tot het opstellen van een TVW blijkt de belangrijke rol die aan de gemeenten is toegekend voor de overgang van huishoudens naar duurzame energie. Zij hebben de regie, zij hebben een beleid en als zij er niet in slagen om het tempo dat de Klimaatwet voorschrijft, vast te houden, zijn zij daar ook op aan te spreken. Dat is ook de reden dat er voor werkers bij de gemeenten de provincies en waterschappen een site is opgezet met relevante informatie, leerprogramma’s en mogelijkheden tot samenspraak. Zie https://www.aardgasvrijewijken.nl/home/default.aspx

Voor de vaststelling van een TVW moet opnieuw worden samengewerkt met meerdere partijen, denk bijvoorbeeld aan de energieleveranciers (Eneco bijvoorbeeld). Maar vooral met de inwoners. Voorkomen moet immers worden dat zij zich voelen overvallen. Zij dienen immers, zo is afgesproken in het Klimaatakkoord, te worden ‘ontzorgd’. Er dienen concrete voorstellen in de TVW te staan om te komen tot duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken in de wijken. Er staat dus ook in wat de alternatieven voor aardgas zijn en hoe en wanneer wijken eventueel aardgasvrij(er) gemaakt kunnen worden en waar dan de benodigde energie vandaan wordt gehaald. Een TVW zal natuurlijk gebruik maken van de gegevens in de RES. Zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/aardgasvrij/aan-de-slag-met-aardgasvrij/transitievisie-warmte-en-wijkuitvoeringsplan.

Besluitvorming na aanbieding RES 1.0

Op 29 november 2019 hebben gemeenten ingestemd met het Klimaatakkoord. Gemeenten (99,7%) hebben aangegeven dat het Klimaatakkoord voor hen voldoende basis bood om met de energietransitie aan de slag te gaan. Naast gemeenten hebben de provincies op 22 november 2019 en de waterschappen op 11 oktober 2019 unaniem ingestemd met het Klimaatakkoord.

Een van de uitkomsten van dit Akkoord zijn de RESsen. Deze dienen ‘vastgesteld’(lees: geaccepteerd) te worden door elke gemeente. Dat betekent dat de inhoud ervan als uitgangspunt wordt genomen voor het vervolgtraject.

Waarom is het van belang om gemeentebesturen, Provinciale Staten en Waterschappen te betrekken bij het besluitvormingsproces? Allereerst vanwege het democratisch mandaat. De leden van de genoemde gremia zijn rechtstreeks door de kiezers gekozen en nemen besluiten namens hun inwoners of ingezetenen (waterschappen). Zij vertegenwoordigen alle inwoners en hebben vanuit deze rol de taak om de geluiden en signalen van inwoners, in zoverre deze niet in strijd zijn met wet en wetenschap, te vertalen in de besluiten die zij nemen. Daarnaast zijn zij kader-steller en controleur van het bestuur. Een tweede reden is dat het van belang is om via hun vertegenwoordigers de bevolking het gevoel te geven dat zij betrokken zijn en enige grip hebben op wat er te gebeuren staat. In de derde plaats omdat de inhoud van de verschillende RESsen met hun zoekgebieden richtinggevend zullen zijn voor de vormgeving van het beleid van de genoemde democratische organen.

Indien de concept-RESsen eerder zijn voorgelegd aan bijvoorbeeld de gemeenteraden kan de beslissende discussie kort zijn. Toen hadden de betreffende organen al de gelegenheid hun aan- en opmerkingen ter kennis te brengen en die zijn verwerkt. Dat wil zeggen dat zij tot aanpassingen hebben geleid of beargumenteerd zijn afgewezen. Is dat in een orgaan niet gebeurd, dan zal men na 1 juli 2021 tijd moeten uittrekken voor de bestudering en de leden de gelegenheid moeten geven tot het indienen van bedenkingen, wensen, moties.

Overigens kan het geen kwaad om erop te wijzen dat vaststelling van RES 1.0 niet betekent dat de uitkomsten voor de komende dertig jaar vastliggen. Over twee jaar komt er een volgende, RES 2.0. Daarin kan rekening gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De doelstelling van het Klimaatakkoord en RESsen ligt vast: in 2050 dient de uitstoot van broeikasgassen geminimaliseerd te zijn, maar het traject daarnaartoe kent meerder nu nog onbekende routes, afhankelijk van nieuwe wetenschappelijke inzichten creatieve invallen van betrokken mensen.

Behandeling door de gemeentebesturen, een voorbeeld

Op 16 februari 2021 is er door de Noord-Hollandse Energie regio een brief “Informatieblad Regionale Energie strategie Noord-Holland-Zuid” gestuurd naar alle raden van de gemeenten en andere betrokkenen in de deelregio Noord-Holland-Zuid. Zie https://energieregionhz.nl/app/uploads/2021/02/20210216-Informatieblad-9-raden-RES-NHZ.pdf.

De brief informeert de raadsleden, bestuurders, Statenleden en bestuursleden van waterschappen over de stand van zaken en te nemen vervolgstappen. Ook worden de gevolgen van een nieuwe rekenmethodiek uitgelegd om de ‘opwekconsequenties’ van wind of zon met elkaar te vergelijken. Wat de inhoud van de definitieve RES 1.0 zal zijn, werd kort omschreven. Ook de verschillende circuits die de besluitvorming dient te doorlopen, worden geschetst. Een ‘Reflectiebijeenkomst’ was ingepland op 19 mei 2021. Aan volksvertegenwoordigers en andere belangstellenden worden in de brief webinars aangeboden die zij kunnen volgen (ook nog achteraf) om zich te oriënteren op hun rol. Ook werden en worden er kennissessies georganiseerd.

De Regionale Structuur Warmte

Nadat RES 1.0 is vastgesteld volgt de opgave om te komen tot een Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze gaat deel uitmaken van RES 2.0. De RSW omvat inzichten in de warmtevraag en het warmte-aanbod, een beschrijving van de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen boven- gemeentelijke warmte-infrastructuur en een toelichting op het doorlopen proces tot dan toe met alle betrokkenen. Iedere RES-regio gaat in de RSW na of op lokaal niveau, in de verschillende Transitievisies Warmte , gebruik gemaakt gaat worden van bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben of buiten de eigen gemeenten liggen. Het samenstellen van de RSW berust dus mede op de gemeentelijke TVW’s.

Steun en hulp voor elke gemeente vanuit de overheid

Nadrukkelijk was al eerder afgesproken dat elke gemeente diende samen te werken met de inwoners, het bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties om de zoekgebieden voor de RES te kunnen aanwijzen. Dit geldt vanzelfsprekend nog meer waar het de opstelling van de TVW betreft. Nu gaat het om te plannen wijzigingen in de energievoorzieningen van een wijk en de daarin gelegen woningen! Dat is geen geringe klus.

Daarom wil het Rijk de gemeenten ondersteunen bij het maken daarvan. Dat heeft zij gedaan door het uitgeven van een Leidraad Aardgasvrije Wijken, uitgegeven door (alweer) het PBL. De inhoud is trouwens ook interessant voor burgers en bedrijven. Hij bestaat uit twee delen.

(1) Een Startanalyse waarin het PBL voor alle wijken in Nederland een grove berekening heeft gemaakt over vijf oplossingen voor het vervangen van aardgas in de woning en

(2) een tweede deel dat hulp biedt voor lokale analyse waarin staat hoe de modellen uit de startanalyse geïnterpreteerd kunnen worden en hoe gemeenten dat zelf kunnen vormgeven.

De Startanalyse bestaat uit een technisch-economische analyse die voor heel Nederland de nationale kosten van de verschillende aardgasvrije (warmte)opties op buurtniveau beraamt.

De Handreiking omvat aanwijzingen die gemeenten ondersteunen bij de eigen op de gemeente toegespitste aanvulling van de Startanalyse. Het gaat daarin bijvoorbeeld over de manier waarop bewoners kunnen worden geïnformeerd en betrokken bij wat er staat te gebeuren. De laatste versie van de Leidraad is eind 2019 uitgegeven. Zie https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/nieuws/leidraad-aardgasvrije-wijken-openbaar.11290217.lynkx. Een andere bron om daar in dit verband informatief is om kennis van te nemen is informatief

Conclusie

Het is van het grootste belang dat de energietransitie op tijd gedaan is. De dertig jaar die wij nog hebben lijkt heel erg lang. Maar dat is onwaar. Berekeningen van het IPCC en andere wetenschappelijke organisaties laten zien dat we ons moeten haasten en geen kansen mogen laten liggen. Dat kan alleen lukken als individuele burgers bereid zijn om mee te werken. Het is dus van het grootste belang om hen te informeren over het waarom van alle inspanningen en over de plannen die er zijn. Die plannen zijn naar vermogen en met gebruikmaking van de huidige inzichten doordacht. Er zijn veel studies gedaan, er is veel overleg geweest, tal van professionals op verschillende terreinen hebben er hun deskundigheid, energie en daadkracht ingestoken. Het komt er nu op aan ze te verwezenlijken.

…………………………………….