Het zal menigeen vreemd voorkomen Johannes Calvijn geplaatst te zien in het thema ‘Economie’. Toch heeft dat zijn reden. Deze grote kerkhervormer en inspirator van het calvinisme binnen het protestantisme schreef in 1545 een brief waarin hij een nieuwe theologische interpretatie gaf van bepaalde bijbelteksten. Daardoor kwam de weg vrij om het vragen van rente op geldleningen, zij het onder bepaalde voorwaarden, toe te staan. De Rooms-Katholieke leer verbood al eeuwenlang rente vragen als dat niet betrekking had op de productie van goederen. Indien toch rente werd gevraagd, was er sprake van woeker. Stond in het bijbelboek Mattheus 6 vers 24 immers niet dat Jezus gezegd had: “Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon”? (mammon is de bijbelse term voor rijkdom, geld, materieel bezit).
Het renteverbod
Jacques Le Goff wijdt aan het renteverbod in zijn boek ‘De woekeraar en de hel. Economie en religie in de middeleeuwen’ uitvoerig aandacht. Als voorbeeld van hoe afwijzend men tegen woeker aankeek noemt hij het Derde Lateraans Concilie (1179) dat woeker veroordeelt en de hardnekkige woekeraars uitsluit van de sacramenten en een christelijke begrafenis. In een pauselijke rechtsbrief uit 1187 valt te lezen dat het vragen van een tegenprestatie voor een lening die de oorspronkelijke lening overtreft, woeker is en dat woekerrente vragen verboden is in de bijbel. Ook het berekenen van hogere prijzen voor kopen op krediet is woeker.
Wat dacht Calvijn?
Calvijn spreekt zich in 1545 over rente uit in een brief, gericht aan een zekere Claude de Cachin, een Franse jurist en kennis van Calvijn. De Engelse vertaling van de brief is hier te vinden. Het gaat te ver om te beweren dat Calvijn het verbod van het vragen om rente radicaal ophief. Hij versoepelde het en bond het aan een aantal voorwaarden.
De belangrijkste zijn:
Er mag geen sprake zijn van uitbuiting van armen, dat wil zeggen dat aan behoeftige mensen geen rente mag worden gevraagd. Leningen aan armen moesten uit naastenliefde gebeuren.
Een rente mag ook niet buitensporig zijn. Calvijn waarschuwde tegen winzucht.
Verder maakte Calvijn onderscheid tussen: leningen voor handel of investering waarvoor je rente mag vragen en leningen uit nood. Is dit laatste het geval, dan liever geen rente.
Ook mag geld niet het hoogste doel worden. Handel en krediet moesten dienstbaar blijven aan samenleving waar rechtvaardigheid wordt nagestreefd.
Wat dacht Luther?
Maarten Luther, een tijdgenoot en andere kerkhervormer, stond veel kritischer tegenover rente dan Johannes Calvijn. Luther zag rente vaak als een vorm van hebzucht en verborgen uitbuiting. Hij sloot in grote lijnen aan bij de middeleeuwse rooms-katholieke traditie die woeker sterk veroordeelde.
De opkomst van het kapitalisme
Historici hebben wel beweerd dat de versoepeling van het renteverbod een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de economische opkomst van Amsterdam en het calvinistische Holland. Tegenwoordig menen historici dat dit wel ondersteunend is geweest voor het ontstaan van wat wel de Gouden Eeuw wordt genoemd, maar niet beslissend, hooguit stimulerend. Men is van mening dat er meer en wel belangrijkere oorzaken leidden tot de bloei van Amsterdam en de republiek de Zeven Verenigde Nederlanden:
- de val van Antwerpen in 1585, waardoor veel handelaren, drukkers en financiers naar Amsterdam verhuisden;
- de gunstige ligging aan de Noordzee van veel Hollandse en Zeeuwse steden voor zeehandel;
- de opkomst van de Oostzeehandel (“moedernegotie”);
- technologische en organisatorische innovaties in scheepvaart en handel (bijvoorbeeld de uitvinding van de ‘fluit’ een schip dat veel vracht kon vervoeren tegen lage kosten);
- relatief tolerante instellingen en bescherming van eigendom;
- de vorming van kapitaalmarkten zoals de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en later de Amsterdamse beurs.
Wat in ieder geval wel dankzij Calvijns opvattingen gebeurde is dat het vragen van rente religieus gelegitimeerd werd. Dit zal in de 17de eeuw zeker bij overtuigde calvinisten zijn meegenomen in de overwegingen om te investeren in aandelen van de VOC . Economen typeren het ontstaan van deze wijze van geldhandel dan ook als een belangrijk moment in de opkomst van het modern kapitalisme. Maar het idee dat “het protestantisme” of Calvijn rechtstreeks het kapitalisme veroorzaakte, wordt inmiddels verworpen.
Diepgang
Voor meer diepgang op dit punt zie de afscheidsrede van hoogleraar Staathuishoudkunde van de Vrije Universiteit prof. Dr. H. Visser (2008). De auteur analyseert daarin de historische, religieuze en filosofische afkeer van rente vragen zowel als de praktische systemen die ontwikkeld zijn om zonder rente te financieren. Naast het christendom krijgt ook de islam aandacht.
Bronnen
Groenveld, S. (2012). He economisch leven in de Republiek omstreeks 1650. In: De tachtigjarige oorlog. Opstand en consolidatie in de Nederlanden (ca 1560-1650). Zutphen: Uitgeversmaatschappij Walburg Pers. Blz. 305-331.
Le Goff, J. (1987). De woekeraar en de hel. Economie en religie in de middeleeuwen. Amsterdam: Wereldbibliotheek
