In de loop van de Middeleeuwen raakten wetenschappers ervan overtuigd dat voor ware kennis, dat is kennis die verschijnselen echt verklaart, geen beroep meer kon worden gedaan op wat bijvoorbeeld Aristoteles twee eeuwen eerder had beweerd of op de inhoud van de bijbel. Nauwkeurig observeren was noodzakelijk, ook dat men de waarnemingen met behulp van wiskundige technieken precies kon beschrijven zodat veronderstellingen over oorzaken konden worden bedacht en experimenteel getoetst. Toen deze vorm van kennisverwerving eenmaal gemeengoed was en men in staat bleek om haar toe te passen in allerlei technische constructies, bleek dit het begrip en de kwaliteit van het leven zeer te bevorderen. Ik geef hieronder enkele voorbeelden.
