Galilei is de centrale figuur in de overgang van het antiek-klassiek-middeleeuws denken in de wetenschap naar een moderne wijze van het verklaren van natuurverschijnselen. Hij bereidt een toekomst voor van ongekende mogelijkheden van natuurbeheersing. Een toekomst die heden ten dage echter ook dreigt uit monden in een crisis die het voortbestaan van de mensheid bedreigt. Vanzelfsprekend kon hijzelf dat in de verste verte niet voorzien.
Jeugd en afkomst
Galileo Galilei werd geboren in Pisa in Italië. Hij groeide op in een intellectueel gezin. Zijn vader, Vincenzo Galilei, was luitspeler en muziektheoreticus. Hij moedigde zijn zoon aan kritisch na te denken en niet zomaar autoriteiten te geloven.
Zijn moeder was Giulia Ammannati. Zij kwam uit een relatief welgestelde familie uit Pisa. Ze had waarschijnlijk geen publieke functie of beroep zoals we dat vandaag zouden omschrijven, maar speelde een belangrijke rol binnen een intellectueel gezin waarin discussie, kunst en wetenschap centraal stonden.
Als kind kreeg Galileo onderwijs in een klooster. Eerst leek het erop dat hij geestelijke zou worden, maar zijn vader wilde liever dat hij arts werd.
Opleiding
In 1581 begon Galileo aan de Universiteit van Pisa. Hij studeerde geneeskunde, maar ontdekte al snel dat zijn echte belangstelling lag bij wiskunde, natuurkunde en filosofie.
Hij maakte zijn studie niet af, maar bleef zichzelf ontwikkelen
Zijn belangstelling
Het heliocentrische wereldbeeld dat de Pool Copernicus in 1543 in het eerste deel van zijn boek De revolutionibus orbium coelestium beschrijft, inspireerde Galilei zijn hele werkzame leven. Het gaf hem een levensdoel , namelijk de overtuiging ingang te doen vinden dat dit meer was dan een hypothese, namelijk de waarheid.
Verder zag hij het belang in van de wiskunde voor het onderzoek van natuurverschijnselen. Hij schrijft: “Het [heelal] is geschreven in de taal der wiskunde, en zijn letters zijn driehoeken, cirkels en andere meetkundige figuren, zonder welke het menselijk onmogelijk is er een enkel woord van te begrijpen; zonder deze zwerft men rond in een donker labyrint” (Hoeven, van der 1966, blz. 90).
Hij zag dus in hoe belangrijk het is om de relaties tussen gebeurtenissen in de natuur uit te beelden in schematische tekeningen en ze te vatten in getallen.
Hoe hij werkte
Het is zeer de vraag of hij veel praktisch onderzoek heeft gedaan. Hij nam nauwkeurig waar en veel experimenten waarnaar hij verwijst, waren gedachtenexperimenten.
Hij observeerde en bestudeerde hoe voorwerpen rolden en vielen, hield zich niet bezig met de vraag wat de reden was dat alles viel, met het waartoe. Hij kijkt naar de manier waarop zij bewegen, naar het verloop van de beweging: bijvoorbeeld in stiltand beginnend en steeds versnellend.
Experimenteel onderzoek in de moderne zin, heeft hij, naar men aanneemt, niet of nauwelijks gedaan. Wat dit betreft stond hij nog met een been in de Middeleeuwen: het denken en boeken waren in die tijd de instrumenten van de intellectueel (Le Goff, blz. 104).
Maar het is zeer de vraag of het verhaal klopt dat hij ooit vanaf de toren van Pisa kogels naar beneden wierp.
Waarschijnlijk maakt dit deel uit van de mythe die rond hem is ontstaan in een poging om zijn imago als astronoom en fysicus extra luister bij te zetten. Zijn ideeën vormden later de basis voor het werk van Isaac Newton.
De telescoop
Galileo maakte om de verschijnselen aan de hemel te bestuderen, gebruik van een telescoop. Deze werd waarschijnlijk rond 1608 uitgevonden in de Nederland.
De uitvinding wordt meestal toegeschreven aan de brillenmaker Hans Lippershey uit Middelburg, omdat hij als eerste een patent aanvroeg voor een “kijker” waarmee verre objecten dichterbij leken.
Galilei kocht een exemplaar, verbeterde het en zag ermee dat het maanoppervlak een uiterlijk had dat leek op dat van de aarde, het vertoonde oneffenheden. De planeet Jupiter bleek manen te bezitten en de planeet Venus leek uit drie stukken te bestaan (De Nederlander Huygens noemde dat voor het eerst een ring).
Galilei beschreef in 1610 zijn waarnemingen in een boekje, getiteld Nuncius Sidereus (Sterrenboodschap). Zijn mededelingen vonden weinig geloof.
Zijn waarnemingen botsten zijn met het gangbare door de kerk geponeerde wereldbeeld. Sommige critici opperden dan ook dat wat werd gezien op de een of andere manier in het glas van de telescoop zou zitten. Niet alleen vanuit de wetenschap kwam er dus verzet, ook vanuit de theologische wereld.
Conflict met de kerk
Geen wonder dat Galileo ’s openlijke verdediging van het model van Copernicus hem in conflict bracht met de katholieke kerk. Hij kreeg in 1616 daarom de opdracht zijn opinie op te geven en het verbod opgelegd om haar op enigerlei wijze te leren of te verdedigen.
Bovendien werd hij tot huisarrest veroordeeld. Zeker is dat hij zich hier niet bij heeft neergelegd. In 1632 publiceerde hij ‘Dialogo’ een boek waarin hij de verschillende ideeën over het heelal door vier verschillende figuren in een onderling gesprek liet bediscussiëren. Hoewel hij beweerde neutraal te blijven, werd in de door hem bedachte gesprekken duidelijk dat hij het model van Copernicus steunde.
Een jaar later moest hij zich in Rome verantwoorden voor de inquisitie, het kerkelijke gerechtshof. Hij werd gedwongen zijn ideeën publiekelijk af te zweren. Volgens een beroemde legende zei hij daarna zachtjes: “En toch beweegt zij”, verwijzend naar de aarde.
Historici weten niet zeker of hij die woorden echt heeft uitgesproken, maar het verhaal laat zien hoe sterk hij in zijn waarnemingen geloofde. De specifieke verboden om de publicaties van Galileo, waaronder zijn ‘Dialogo’, te lezen, verdwenen in 1835 definitief van de Index Librorum Prohibitorum, dat is de lijst van door de rooms-katholieke kerk verboden boeken.
Wie inspireerde hij?
Galileo beïnvloedde veel beroemde wetenschappers na hem.
Isaac Newton bouwde voort op Galileo’ s ideeën over beweging en zwaartekracht. Descartes bewonderde Galileo als wetenschapper evenals Johannes Kepler en Albert Einstein noemde Galileo zelfs de vader van de moderne wetenschap.
Hij veranderde de manier waarop mensen over ware kennis dachten.
Conclusie
Galileo Galileï veranderde de wereld door mensen anders te leren kijken.
Dat maakt hem niet alleen belangrijk voor de geschiedenis van de sterrenkunde en de fysica, maar ook voor een antwoord op de vraag naar waarheid en het belang van zoeken naar feiten. Hij maakte de mensheid bewust van hoe kwetsbaar we zijn voor ideologisch gekleurde claims, nepnieuws en misleiding.
Mensen laten zich bij hun waarnemingen gemakkelijk en misschien zelfs wel van nature leiden door traditie, gewoontes, gevoelens en wat machtige mensen zeggen. Enige argwaan tegen deze neigingen vereist vaak moed en de bereidheid om te willen veranderen.
Bronnen
Dijksterhuis, E. J. (2000). De mechanisering van het wereldbeeld. Amsterdam: Meulenhoff. Met een nawoord van prof. dr. K. van Berkel. Herdruk van de eerste uitgave van 1950
Hoeven, P. van der (1966). Galileí. Baarn: Wereldvenster.
Le Goff, J. (1989). De intellectuelen in de Middeleeuwen. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
