Inleiding
Dit rapport dat in maart 2023 uitkwam, geeft een overzicht van de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering. Het rapport bespreekt de oorzaken, de gevolgen voor mensen en natuur, de mogelijkheden om ons aan te passen en de maatregelen waarmee verdere opwarming kan worden beperkt.
AR6 omvat 4 hoofdrapporten: 3 Werkgroep rapporten + 1 Synthese rapport). Het eerste Werkgroep rapport gaat over de natuurwetenschappelijke basis van klimaatverandering, het tweede over gevolgen, en het derde over het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Het Synthese rapport Integreert de bevindingen van de drie werkgroep rapporten en nog een aantal speciale rapporten.
De huidige toestand van het klimaat
Het IPCC stelt vast dat menselijke activiteiten de opwarming van de aarde hebben veroorzaakt.
De gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak was in de periode 2011–2020 ongeveer 1,1 °C hoger dan in de periode 1850–1900. De opwarming gaat steeds sneller.
Gletsjers en ijskappen verliezen massa, sneeuwbedekking neemt af, de oceanen worden warmer en de zeespiegel stijgt. De oceanen worden ook zuurder, wat schadelijk is voor koralen, schelpdieren en andere zeedieren.
Klimaatverandering leidt ook tot extreme weersomstandigheden. Hittegolven zijn in veel regio’s vaker, langduriger en intenser geworden. Zware neerslag komt op veel plaatsen vaker voor. Perioden met droogte ook. Mensen overlijden door extreme hitte, natuurbranden bedreigen woongebieden.
Een oorzaak, ongelijke gevolgen
De mens is de oorzaak van de klimaatverandering maar de gevolgen zijn ongelijk verdeeld. Landen, bevolkingsgroepen en individuen verschillen sterk in hun historische en huidige uitstoot. Mensen met een hoog inkomen en een energie-intensieve levensstijl veroorzaken gemiddeld veel meer uitstoot dan mensen met een laag inkomen.
De gevolgen zijn eveneens ongelijk verdeeld. Vooral inwoners van arme landen, kleine eilandstaten, kustgebieden, droge regio’s en gebieden met zwakke publieke voorzieningen lopen grote risico’s.
Een belangrijke conclusie van het IPCC is dat gemeenschappen die historisch het minst aan klimaatverandering hebben bijgedragen vaak het zwaarst worden getroffen. Kinderen die nu leven, zullen tijdens hun leven veel vaker met extreme hitte, overstromingen en droogtes worden geconfronteerd dan mensen die rond 1960 zijn geboren. De beslissingen van de huidige generatie bepalen daardoor de omstandigheden waarin toekomstige generaties moeten leven.
Toekomstige opwarming en risico’s
Volgens het IPCC zal de mondiale opwarming in vrijwel alle onderzochte scenario’s in de komende jaren een niveau van 1,5 °C bereiken. Dat betekent niet noodzakelijk dat de langetermijngrens van het Klimaatakkoord van Parijs dan definitief is overschreden. De gemiddelde temperatuur moet daarvoor gedurende een langere periode boven die grens liggen. Het laat echter wel zien hoe klein de resterende ruimte is.
Sommige veranderingen zijn onomkeerbaar of slechts zeer langzaam terug te draaien. De zeespiegel zal bijvoorbeeld nog eeuwen tot millennia blijven stijgen als gevolg van de opwarming van de diepzee en het smelten van ijskappen.
Voor veel ecosystemen bestaan grenzen aan aanpassing. Koraalriffen, arctische ecosystemen, berggebieden en kustmoerassen zijn bijzonder kwetsbaar. Bij hogere temperaturen kunnen ecosystemen kritieke drempels bereiken, waarna herstel moeilijk of onmogelijk wordt.
Ook menselijke aanpassing kent grenzen.
Vermindering van de uitstoot
Voor het beperken van de opwarming tot ongeveer 1,5 °C moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen de komende jaren sterk afnemen.
“Netto nul” betekent dat de resterende menselijke CO₂-uitstoot in evenwicht wordt gebracht met het verminderen en / of verwijderen van CO₂ uit de atmosfeer. Dat kan bijvoorbeeld door herstel van bossen en veengebieden of door technische methoden voor CO₂-verwijdering. Het IPCC waarschuwt echter dat CO₂-verwijdering geen vervanging is voor snelle uitstootvermindering. De haalbaarheid, kosten en mogelijke nadelige gevolgen van grootschalige verwijdering zijn onzeker.
In steden kan uitstoot worden teruggedrongen door compacte ruimtelijke ontwikkeling, goede fiets- en wandelvoorzieningen, hoogwaardig openbaar vervoer en energiezuinige gebouwen. In de industrie zijn onder andere efficiëntie, hergebruik, recycling, elektrificatie, groene waterstof en in sommige gevallen opvang en opslag van CO₂ van belang.
Kernenergie wordt in het Synthese Rapport slechts beperkt genoemd. Dat komt doordat dit rapport een samenvatting is van honderden pagina’s onderliggende analyses. De uitgebreide beoordeling van het gebruik van kernenergie staat in het rapport van Werkgroep III: Mitigation of Climate Change, met name hoofdstuk 6 over energiesystemen. Daarin is te lezen dat kernenergie een bewezen koolstofarme technologie is die kan bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Maar deze technologie kent economische, maatschappelijke en praktische beperkingen. Daarom ziet het IPCC kernenergie niet als dé oplossing, maar als één van meerdere technologieën die, afhankelijk van nationale omstandigheden, een rol kunnen spelen in de energietransitie
Ook veranderingen in consumptie kunnen bijdragen. Minder voedselverspilling, energiezuinige woningen, duurzamer vervoer en voedingspatronen met meer plantaardige producten kunnen de uitstoot verminderen. Dergelijke veranderingen leveren vaak bijkomende voordelen op, zoals schonere lucht, minder verkeersdrukte, lagere energiekosten en een betere volksgezondheid.
Aanpassingen aan klimaatverandering
Omdat klimaatverandering al plaatsvindt, is naast uitstootvermindering ook aanpassing noodzakelijk. Voorbeelden zijn bescherming tegen overstromingen, waarschuwingssystemen voor extreem weer, hitteplannen, klimaatbestendige landbouw en herstel van ecosystemen.
Airconditioning kan bijvoorbeeld bescherming bieden tegen hitte, maar vergroot bij fossiel opgewekte elektriciteit het energiegebruik en de uitstoot. Een zeewering kan een bepaalde locatie beschermen, maar erosie of overstromingsrisico’s naar een andere plaats verplaatsen. Het IPCC benadrukt daarom het belang van geïntegreerde en rechtvaardige besluitvorming.
Klimaatbestendige ontwikkeling
Niet iedere klimaatmaatregel is automatisch rechtvaardig. De kosten en voordelen kunnen ongelijk worden verdeeld. Een snelle energietransitie kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor werknemers en regio’s die afhankelijk zijn van fossiele industrie. Rechtvaardig beleid ondersteunt daarom huishoudens met lage inkomens, biedt werknemers omscholing en geeft getroffen gemeenschappen invloed op beslissingen. Ontwikkelingslanden hebben behoefte aan extra financiering, technologie en institutionele ondersteuning.
De officiële Engelstalige Summary for Policymakers telt 34 pagina’s en is beschikbaar op de website van het IPCC. (IPCC)
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft ook een heldere uitleg.
