Michael S. Northcott becommentarieert het artikel van White vanuit een godsdiensthistorische optiek. Hij is ethicus en emeritus-hoogleraar aan de University of Edinburgh, gespecialiseerd in ecotheologie en klimaatethiek. Zijn artikel uit 2016, waarnaar ik hier verwijs, is getiteld ‘Lynn White Jr. Right and Wrong: The Anti-Ecological Character of Latin Christianity, and the Pro-Ecological Turn of Protestantism’ en is gepubliceerd in T. le Vasseur & A Peterson (eds), Religion and Ecological Crisis: The “Lynn White Thesis” at 50 . blz. 61–74. Routledge, New York.
Is de Lynn White these juist?
In zijn artikel bespreekt Northcott de beroemde these van Lynn White. Die these luidt dat vooral het westerse christendom heeft bijgedragen aan de ecologische crisis. White stelde dat met name de Latijnse variant ervan een mensgericht wereldbeeld ontwikkelde waarin de natuur vooral bedoeld was om de mens te dienen. Middeleeuwse technologieën en wetenschappelijke vooruitgang zouden vervolgens zijn ingezet om de natuur te beheersen.
Northcott onderzoekt in hoeverre White gelijk heeft.
Welke invloed heeft Thomas van Aquino?
Daartoe gaat hij te rade bij Thomas van Aquino (ongeveer 1225-1274). Deze zag verlossing vooral als gericht op de redding van de menselijke ziel. Christus’ lijden en dood vormden een morele genoegdoening voor de zonden van de mensheid. Binnen deze visie hadden dieren en planten vooral een instrumentele functie: zij bestonden om de menselijke verlossing te dienen. Thomas stelde dat dieren geen “redelijke ziel” bezaten en daarom niet deel konden hebben aan de uiteindelijke vernieuwing van de schepping. Wreedheid tegenover dieren wees hij wel af, maar niet omdat dieren intrinsieke waarde hadden; mishandeling was verkeerd omdat het het morele karakter van mensen kon aantasten.
Northcott ziet hierin een belangrijke oorzaak van het antropocentrische karakter van het middeleeuwse katholieke denken. De natuur werd daarin vooral beschouwd als middel ten dienste van de mens.
Hieraan voegt hij toe dat het vroege christendom aanvankelijk een veel natuurvriendelijker wereldbeeld kende. In de vroege christelijke kunst stonden dieren, planten en landschappen centraal als deel van Gods schepping. Later, vooral na de kerstening van het Romeinse Rijk, verschoof de nadruk naar de individuele ziel en het hiernamaals. Daardoor verloor de natuur haar spirituele betekenis.
Welke bijdrage leverde het protestantisme?
Northcott laat echter ook zien dat het protestantisme aan de onttovering van de natuur een extra zet heeft gegeven. De Reformatie bracht haar aanhangers er toe afstand te nemen van pelgrimstochten, heilige plaatsen, sacramenten en rituelen die de natuur nog een religieuze betekenis gaven. Het geloof werd meer gericht op het innerlijk van het individu: het streven werd vervolmaking van de persoonlijke vroomheid.
Daarnaast legt Northcott een verband tussen het protestantisme en de opkomst van het kapitalisme en de industrialisering. In protestantse gebieden ontstonden banken, handelsmaatschappijen en fabrieken die efficiëntie, winst en productiviteit centraal stelden. Protestantse ideeën over het nuttig gebruik van tijd en geld, droegen volgens hem bij aan een economische mentaliteit waarin natuur vooral gezien werd als iets dat verbeterd, benut en gecontroleerd moest worden. Puriteinen, streng in de protestantse leer, benadrukten een sober en disciplinair leven, hard werken en zelfbeheersing en zagen het zelfs als een religieuze opdracht om de aarde productiever te maken en zo de schepping te ‘verlossen’ van de gevolgen van de zonde.
Wat is het eindoordeel van Northcott?
Zijn definitieve oordeel over het protestantisme is uiteindelijk toch genuanceerd. Hij benadrukt dat het óók de bakermat werd van de moderne natuurbescherming. Protestantse denkers en schrijvers zoals John Muir, Henry David Thoreau en Ralph Waldo Emerson ontwikkelden een spirituele waardering voor wilde natuur en inspireerden milieubewegingen en natuurbehoud. John Muir bijvoorbeeld werd een van de belangrijkste voorstanders van natuurbescherming in de Verenigde Staten. (Tom Kroon: maar ook denkers als Spinoza, Teilhard du Jardin en Albert Schweitzer hielden zich al bezig met ecotheologische thema’s). Daardoor ziet Northcott het protestantisme niet alleen als veroorzaker van ecologische problemen, maar ook als bron van ecologisch bewustzijn. Northcott concludeert dus dat White deels gelijk had: bepaalde vormen van westers christendom stimuleerden een overheersende houding tegenover de natuur. Maar tegelijkertijd hebben juist protestantse tradities belangrijke bijdragen geleverd aan het ontstaan van modern ecologisch bewustzijn en natuurbescherming.
